De pensioenhervorming raakt drie zaken tegelijk:
- wanneer stoppen nog kan,
- hoeveel pensioen later overblijft
- en welke dagen nog meetellen in de loopbaan.
Pensioenhervorming in simpele taal: wat er écht verandert aan jouw pensioen


By: Jasmine Jones
🕒 Wanneer kan ik nog met pensioen? Nieuwe regels voor vervroegd stoppen
Vanaf 1 januari 2027 wordt vervroegd pensioen strenger.
- Een loopbaanjaar telt niet langer mee vanaf 104 dagen, maar pas vanaf 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen.
- Dat is voor veel mensen de grootste verandering.
- Er komt wel een beperkte reserve van 5 dagen voor jaren met minstens 151 dagen.
- Ook het eerste loopbaanjaar na studies blijft soepeler met 104 dagen. ✅
Voor lange loopbanen blijft vroeger stoppen mogelijk:
- Vanaf 60 jaar kan dat in een specifieke regeling na 42 jaar,
- maar dan moet elk jaar 234 effectief gewerkte dagen tellen.
- Overgangsmaatregelen verzachten de impact voor oudere leeftijdsgroepen. 🔍
📊 Bonus of malus: hoeveel verlies of winst bij vroeger of later pensioen?
Vanaf 2027 komt er een pensioenmalus voor wie vroeger stopt zonder aan de dubbele werkvoorwaarde te voldoen.
Die voorwaarde is:
- 35 loopbaanjaren met telkens 156 effectief gewerkte dagen én
- in totaal 7020 effectief gewerkte dagen.
Wie daar niet aan komt, ziet het brutopensioen definitief dalen. ⚠️
De vermindering hangt af van het geboortejaar:
- Geboren tot en met 1960: 0% malus per jaar vervroeging
- Geboren 1961 tot 1965: 2% malus per jaar
- Geboren 1966 tot 1974: 4% malus per jaar
- Geboren vanaf 1975: 5% malus per jaar 📌
Later stoppen kan ook lonen:
- De huidige bonus stopt eind 2025,
- een nieuwe bonus start in 2026 voor pensioenen vanaf 2027. 💡
📚 Gelijkgestelde dagen, werkloosheid en ziekte: wat telt straks nog mee?
Niet elke periode zonder gewone arbeid zal nog even zwaar meetellen.
Voor werknemers:
- Werkloosheid en eindeloopbaan voor pensioenen vanaf 2027 worden berekend met een beperkter fictief loon,
- vanaf periodes sinds 1 februari 2025.
- Bovendien mogen zulke gelijkgestelde periodes maximaal 40% van de loopbaan uitmaken,
- dalend naar 20% tegen 2031. 📉
Belangrijk:
- Tijdelijke werkloosheid blijft volledig gelijkgesteld.
- Ook bij progressieve werkhervatting na een arbeidsongeval of beroepsziekte blijft pensioenbescherming bestaan. ✅
Voor wie veel onderbrekingen had, wordt het dus belangrijker om de loopbaanhistoriek goed na te kijken. 🔍
🏢 Specifieke impact voor werknemers en ambtenaren: berekening en plafonds
Bij werknemers speelt vooral het lagere fictieve loon voor bepaalde niet gewerkte periodes.
Bij ambtenaren verandert de berekening nog grondiger:
- De referentiewedde schuift geleidelijk op van de laatste 10 jaar naar maximaal 45 jaar, afhankelijk van het geboortejaar.
- Dat kan het eindbedrag drukken als latere topjaren vroeger zwaarder doorwogen. ⚠️
Daarnaast:
- Vanaf 2027 verdwijnen verschillende voordelige loopbaanbreuken
- en wordt 1 op 60 de norm,
- met een uitzondering voor onderwijs en actieve diensten via een coëfficiënt van 1,025.
Hogere pensioenen:
- krijgen ook een beperktere indexering
- en het absolute maximum van 8290 euro wordt niet meer geïndexeerd.